Het
kan ook
anders
Het kan ook anders

printenPrint     verstuur deze paginaVerstuur deze pagina      toevoegen aan je favorieten Toevoegen aan Favorieten CTR+D

illusie
 
 

 

 

 

Het draait om de vragen,
niet om de antwoorden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het vermogen tot anders waarnemen of denken is belangrijker dan de kennis die men heeft vergaard.”

David Bohm

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

intervisie

Intervisie : de professional centraal

 

Werkproblemen of werkvragen worden vaak geuit tijdens een pauze, op de gang of thuis tijdens de maaltijd. Vaak ook helemaal niet. Dan komt er geen oplossing......

U bent goed op uw eigen vakgebied, maar u zou wel eens van collega’s willen horen hoe zij de zaken aanpakken. U mist feedback en de mogelijkheid eens met elkaar te discussiëren over thema’s die spelen op de werkvloer. U wilt adviezen over lopende zaken. Misschien wil u ook eens stilstaan bij de vraag: ‘waar zijn we nou eigenlijk met zijn allen mee bezig?’ Een denktank vormen met collega’s zou zo’n slecht idee niet zijn...

Intervisie kan dan iets zijn voor u. U kunt uw probleem voorleggen voor advies aan een aantal vertrouwde collega’s en u kunt iets leren over uw eigen werkaanpak, oplossend vermogen en communicatiepatronen.

Bij intervisie gaat het over een werkprobleem dat voorgelegd wordt aan een aantal collega’s (binnen of buiten de organisatie) met de vraag het probleem te analyseren en van een advies te voorzien.

Intervisie is voor te stellen als een goed gesprek van ongeveer twee à twee en een half uur, met een systematische opbouw, uitgaande probleem  dat aan het begin van de bijeenkomst wordt geformuleerd en dat is gericht op verbeteringen in de werksituatie.

Het gesprek kan intenser zijn en dieper gaan dan adviesniveau; de probleeminbrenger kan aan het denken worden gezet over onderliggende denk- en werkpatronen, vaker voorkomende valkuilen of het eigen gedrag. Dan is er meer sprake van een reflectie over het werkprobleem, zonder dat de oplossing er direct is. Soms is er sprake van nieuwe denkrichtingen, een ander perspectief om verder over na te denken, huiswerk dat gedaan moet worden. De probleeminbrenger wordt geholpen door een reeks collegiale suggesties die het mogelijk maken een eigen keuze voor de oplossing te formuleren. Uiteraard is de probleemeigenaar zelf verantwoordelijk voor de uiteindelijke oplossing of gedragsverandering.

 

Geen therapie

Kenmerkend voor intervisie is dat praktijkvragen van de inbrenger altijd het uitgangspunt zijn. De bijeenkomsten zijn geen therapiegroepen waar men diep op de eigen of andermans persoonlijkheid ingaat. Wel is het goed om aandacht te hebben voor de wijze waarop degene die een vraagstuk inbrengt zelf dat vraagstuk hanteert. En om na te gaan in hoeverre er elementen in het gedrag zijn die het vraagstuk veroorzaken of in stand houden. Het gesprek kan zich dus richten op het persoonlijk functioneren, maar dat is altijd in de context van de werkpraktijk.

Grondhouding

Het intervisieproces vraagt een specifieke instelling van de deelnemers. We bedoelen hiermee; onderling vertrouwen, geloof in eigen kunnen, herkenning van en open staan voor elkaars problemen en aandacht voor de interacties in de groep. Iedere deelnemer is verantwoordelijk voor het eigen functioneren in de groep; niemand is totaal afhankelijk of hulpeloos en niemand kan zonder de ander.

De ideale intervisiegroep

De ideale intervisiegroep voldoet aan (de meeste van) de volgende voorwaarden:

Deelnemers hebben dezelfde verwachtingen over wat ze willen bereiken met intervisie

  • vertrouwelijkheid: wat er binnen de groep besproken wordt blijft onder elkaar

  • praktische zaken zijn op orde; organisatie en werkwijze

  • bestaat uit maximaal 5 à 6 deelnemers

  • komt eens per 6 à 8 weken bij elkaar

  • gespreksduur 2 a 2,5 uur

  • is gedisciplineerd: afspraak is afspraak

  • geen gezagsverhouding binnen de groep

 

Begeleide intervisie van Vulkaan

 Vulkaan biedt deskundige intervisiebegeleiding door middel van:

  • Afspraken maken over opzet en werkwijze; het intervisieprotocol
  • Begeleiding van een zelfstandige intervisiegroep
  • Vaste externe begeleiding
  • Intervisiemethodieken
  • Theoretische linken naar groepsdynamica en communicatie

Het intervisie-protocol

Onder begeleiding van een gesprekleider van Vulkaan wordt tijdens de eerste bijeenkomst uitgebreid aandacht besteed aan;

  • kennismaking; werk- en intervisie-ervaring

  • de rol van de externe begeleider;

  • wat is intervisie?

  • opstellen intervisie-protocol

  • begeleiding van een eerste intervisie-vraag

  • evaluatie en afspraken voor de volgende keer

Begeleiding

Bij  de start van iedere intervisiegroep inventariseren we de doelstelling van de intervisiegroep. Wil de groep zich ontwikkelen tot een intervisiegroep zonder externe begeleider? Of wil de intervisiegroep blijvende externe begeleiding?

Zelfstandige intervisiegroep

Vulkaan biedt begeleiding om tot een zelfstandige intervisiegroep te komen. De begeleider van Vulkaan begeleidt de groep dan bij de opzet van intervisie, de introductie van intervisiemethodiek en het toepassen van intervisie-vaardigheden.Daarna zal Vulkaan zich stap voor stap terugtrekken uit de actieve rol van gespreksleider. In de praktijk houdt dat in, dat een intervisiegroep bijvoorbeeld tijdens de derde begeleide bijeenkomst zelf zorg draagt voor een eigen gespreksleider. Dit wordt besproken tijdens de tweede bijeenkomst en de nieuwe gespreksleider uit de intervisiegroep bereidt zich voor op met namen het structureren van de bijeenkomst door middel van het bewaken van de fasen van de intervisiemethodiek.

Vulkaan vraagt zich steeds af, of de deelnemers een actie, een voorstel, een voorbereiding of een verwerkingsafspraak niet zelf hadden kunnen doen. De zelfsturing van de groep wordt daarmee ontwikkeld en de verantwoordelijkheid komt meer en meer bij de groep te liggen.

 

Vaste externe begeleiding

Sommige interisgroepen kiezen voor het comfort van een externe begeleider. Vulkaan biedt vaste externe begeleiding aan intervisiegroepen. Deze begeleiding bestaat uit het gespreksleiderschap en de introductie en begeleiding van een intervisiemethodiek. Verder geeft Vulkaan feedback, intervenieert en stimuleert de deelnemers tot het stellen van vragen, het analyseren van de situatie en het adviseren aan de inbrenger.

 

Het inzetten van intervisiemethodieken

Bij beginnende intervisiegroepen starten we meestal met de incidentmethode. Deze methode geeft structuur, helderheid en vertrouwen. Afhankelijk van de werkvraag, het niveau en de wensen van de groep introduceren we verschillende intervisiemethodieken. Een nieuwe intervisiemethodiek wordt altijd de eerste keer door de externe begeleider begeleidt. Andere intervisiemethodieken die we regelmatig gebruiken zijn o.a. De Balintmethode; Warm en koud; De LOS-OP methode; Drie vertellingen; Brainstormen en de zes denkende hoofddeksels

Theorie op hand-outs

Vulkaan heeft meer dan genoeg kennis van en ervaring met groepsdynamica om de interactie (en de storingen daarin) van fase tot fase te kunnen meebeleven en waar nodig te bespreken met de groep. We bieden relevante tools op het gebied van communicatie. Meestal gaat het over de volgende aspecten:

  • luisteren, niet door elkaar praten

  • open vragen stellen en niet voortijdig concluderen, interpreteren of adviseren

  • doorvragen naar de kern

  • feedback geven; het JOHARY venster

  • werken met directheid en confrontaties

  • vragen naar gevoel, beleving en emotie rond een probleemstelling en niet alleen naar feiten en taakaspecten.

Ook maken we theoretische uitstapjes naar andere relevante theorie, zoals bijvoorbeeld kernkwaliteiten, de roos van Leary omdat we gemerkt hebben dat dat werkt. Een theorie blijft veel beter hangen als hij is gekoppeld aan een mooie praktijksituatie. De deelnemers ontvangen deze theorie op originele, mooi vormgegeven hand-outs.

Welke soort vragen komen aan de orde?

De vragen die aan de orde komen variëren wat betreft de zogenaamde interventiediepte. We kunnen het volgende onderscheid maken;

  • Vragen waarbij de inhoud en vakkennis centraal staan, waarbij het er om gaat deze in specifieke, lastige situaties toe te passen. Deze vragen hebben vaak te maken met onverwachte ervaringen, zoals bij het opstellen van notities en offertes. Het gaat daarbij vaak om ‘wat’-vragen: “wat zouden jullie - collega’s - doen in zo’n geval?”
  • Vragen waarbij een inhoudelijk component aanwezig is, maar waarbij de wijze waarop de inbrenger handelt en met de inhoud omgaat belangrijk is. Deze vragen hebben vaak een ‘hoe’-karakter: “kunnen jullie - collega’s - mij helpen bij de vraag hoe ik dit moet gaan doen of aanpakken?”
  • Vragen waarbij vooral persoonlijke eigenschappen van de inbrenger centraal staan. Deze vragen krijgen vaak weer het karakter van ‘wat’-vragen: “Wat zijn opdrachten die bij mij passen?”, “Wat leidt er bij mij toe dat ik hier telkens tegenaan loop?”. Omdat het hier meer persoonlijke ‘wat’-vragen zijn, kunnen we ze ook als ‘wie’-vragen  stellen, van het type”wie is deze inbrenger als persoon”?

Intervisie werkvormen
Het is nuttig om tijdens een intervisie een bepaalde structuur te hebben. Dit werkt beter dan een discussie in het wilde weg. Wervormen brengen die structuur aan. Hieronder staan een paar voorbeelden van werkvormen die tijdens een intervisie gebruikt kunnen worden.
De Incidentmethode is een standaardmethode om te praten over een probleem. De roddelmethode en de clinic zijn wat speelser en prikkelend: ze doorbreken het normale groepsproces. Elke vorm begint met een vraagstelling van de 'inbrenger'. Een dergelijke vraag zou als volgt kunnen luiden: "Ik vind het moeilijk om nee te zeggen tegen die collega die steeds met verzoeken bij me komt. Hoe los ik dit op?"

De Incidentmethode
Stap 1: De vraagintroductie. De organisator van de intervisiebijeenkomst introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
Stap 2: Probleemverkenning. De groepsleden verkennen de vraag door vragen te stellen en af en toe samen te vatten.
Stap 3: Degroepsleden proberen de kern van het probleem te formuleren.
Stap 4: Adviesronde: elk groepslid formuleert tenminste een advies voor de organisator, die hierop reageert: welke adviezen spreken aan en welke niet.
Stap 5: Evaluatie: De organisator evalueert het hele proces.

De Roddelmethode
Bij deze methode moet de inbrenger toezien hoe de anderen over hem 'roddelen'. Hij mag zich niet mengen in het gesprek.

Stap 1: Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
Stap 2: De groepsleden proberen meer duidelijkheid over het probleem te krijgen door gerichte vragen te stellen.
Stap 3: De vragensteller gaat buiten de kring zitten en mag zich niet bemoeien met het gesprek. Hij of zij luistert aandachtig en maakt aantekeningen over wat hij waarneemt. De groepsleden roddelen met elkaar over de achtergronden van de vraag, de mogelijke oorzaken en oplossingen.
Stap 4: De vraagsteller komt terug in de groep en vertelt hoe hij het ervaren heeft om langs de lijn te zitten. Wat heeft hem of haar geraakt? Is hij het eens met het gegeven advies?
Stap 5: Evaluatie: Inbrenger en groepsleden kijken samen terug op het proces.

De Clinicmethode
De clinic is een soort rollenspel. De inbrenger demonstreert de probleemsituatie die hij of zij vaak tegenkomt. Dit doet hij of zij door de verschillende rollen van de probleemsituatie zelf te spelen. Vervolgens krijgen de groepsleden de kans om de rol van de inbrenger te spelen om hem zo alternatieve houdingen te laten zien.

Stap 1: Vraagintroductie: De inbrenger introduceert zijn vraag en geeft een korte toelichting.
Stap 2: Demonstratie: De inbrenger demonstreert de situatie door te switchen tussen twee of meer stoelen (op elke stoel speelt hij een andere rol uit de situatie). De groepsleden krijgen zo een beeld van het probleem.
Stap 3: Alternatieven proberen: De andere groepsleden krijgen de gelegenheid om 'op de stoel te gaan zitten' van de inbrenger. Ze mogen daarbij een andere houding aannemen dan die van de inbrenger. Bijvoorbeeld: als de inbrenger heel terughoudend of verlegen was, mogen zij een meer zelfverzekerde houding aannemen.
Stap 4: Na elk 'scène' geeft de inbrenger aan of de aanpak hem of haar aanspreekt.
Stap 5: Tijdens de laatste scène kiest de inbrenger van de alternatieve aanpakken degene die haar het meest aanspreekt en speelt deze regie-aanwijzingen zelf uit.
Stap 6: Evaluatie: De groepsleden kijken terug op wat er besproken is.

De Turbo-adviesronde
Dit is nuttig in wat grotere groepen. Want hoe groter de groep, des te meer adviezen krijgt de vragensteller. Deze stelt zijn vraag (een vraag van praktische aard, dus niet over een persoonlijke kwestie). Vervolgens schrijven alle groepsleden hun adviezen op een papiertje en geven deze door aan de vragensteller. Als iedereen klaar is, leest deze alle adviezen voor.